| - | de drie-eenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest; |
| - | de soevereiniteit van God in de schepping, openbaring, verlossing en het eindoordeel; |
| - | de goddelijke inspiratie en de onfeilbaarheid van de Heilige Schrift, als origineel gegeven, en haar beslissende autoriteit in kwesties van geloof en handelen; |
| - | de universele zondigheid en schuldigheid van de menselijke natuur sinds de zondeval, waardoor Gods toorn en oordeel over de mensheid is gekomen; |
| - | verlossing van de schuld, straf en de macht van de zonde alleen door het offer (als onze Vertegenwoordiger en Vervanger) van Jezus Christus, de mens-geworden Zoon van God; |
| - | de opstanding van Jezus Christus uit de doden.
|